Antisemitisme, wat doet u?

Het is vijf voor twaalf, het is nog niet te laat, maar we moeten opschieten. Nee, ik heb het niet over een trein halen, of een maaltijd uit de magnetron. Ik heb het over antisemitisme en de penibele situatie van de joden in Nederland, de situatie van de joden in heel Europa. Het wordt tijd dat we met z’n allen afstand nemen van het steeds duidelijker waarneembaar wordende antisemitisme in Nederland. Links of rechts, protestants of katholiek, moslim of hindoe. Sta op, wees geen wegkijker.

Een spreker op de herdenking van de zeventigjarige verjaardag van de bevrijding van Auschwitz zei treffend dat iedereen in Europa schuldig was en is aan Jodenhaat, iedereen die zich niet openlijk uitspreekt tégen antisemitisme is medeplichtig. Antisemitisme groeit door stilzwijgen, het kan aan steun winnen als men niet duidelijk maakt dat er in onze samenleving geen plaats voor is. Ik sluit me hierbij aan. Het is een detail wat veelal vergeten wordt, bewust of onbewust, maar Jodenhaat was prominent aanwezig in vrijwel ieder Westers land voorafgaand de Tweede Wereldoorlog. Ik noem de Dreyfus-affaire, het afschuwelijke boek ‘Protocollen van de wijzen van Sion’ en de vele antisemitische moorden en aanvallen op joden. Joden zijn immers altijd al de ‘zwakke schakels’ van de samenleving geweest, of werden doelbewust in die positie gemanoeuvreerd voor politiek gewin.

Of wat denkt u van die veelgehoorde beschuldiging dat joden de wereld overheersen, als men weer eens wijst naar joodse bankiers en dergelijken. Wat die mensen dan veelal vergeten is dat het juist wijzelf, de inwoners van Europa, zijn geweest die de joden in deze positie geduwd hebben. In de middeleeuwen en jaren daarna was het namelijk een zwaktebod om actief te zijn in beroepen als bankier, juwelier en andere financiële beroepen. De joden mochten in sommige Europese steden niets anders doen dan dit soort beroepen. Dit creëerde een joodse gemeenschap die zich bij uitstek specialiseerde in deze beroepen, zichzelf ontwikkelde en uiteindelijk floreerde door kwaliteit te leveren. Wat gezien werd als zondig door de Europese samenlevingen, geld verdienen aan leningen, werd een manier van de joden om zichzelf in leven te houden en een positie te verwerven die hun bescherming garandeerde.

En inderdaad, joden vormen de kanaries in de kolenmijn die onze samenleving is. Ik las laatst een artikel in het NRC dat steeds meer jonge joden een emigratie naar Israël overwegen. Moet u nagaan: jonge, Europese joden die liever naar een land vertrekken wat continu in oorlogsspanning verkeert. Liever naar een land wat gehard is door oorlog dan leven in onze alom bewierookte Westerse samenleving. Geeft dat niet te denken? Ik denk van wel. Het is namelijk precies datgene wat mis is in onze samenleving, waar het in de mode is om enigerlei kritiek weg te slikken uit angst voor negatieve beeldvorming. Want u zou als politicus maar een kwaad woord roepen over die islamitische jongeren die de ruiten van een synagoge ingooien. Dat doen ze namelijk toch omdat ze geen stage of werk kunnen krijgen? En anders is het toch gewoon een antwoord op het beleid van Israël? U weet wel, dat ontzettend zwakke en doorzichtige excuus van antizionisme om antisemitisme mee te vergoelijken.

Er kwam laatst een foto voorbij die mij persoonlijk ontzettend shockeerde. Arabische jongeren poseerden heel stoer met middelvingers voor de joodse supermarkt waar eerder deze maand een moslimextremist een bloedbad aanrichtte. Waarom die joodse supermarkt doelwit was? Nou gewoon, omdat het joods is. Antisemitisme kruipt uit de donkere krochten van de samenleving en uit zich openlijk. In datzelfde krantenartikel van het NRC: leerlingen die demonstratief hun rug naar de leraar toekeren wanneer het in de geschiedenisles over de holocaust gaat. Leerlingen die bij hun eerste associatie van het woord ‘jood’ opschrijven dat ze alleen haat voelen hierbij, dat ze joden liever dood dan levend zien. En wat doet de samenleving? Niets.
Niets, maar dan ook niets wordt er gedaan tegen de steeds prominenter aanwezige Jodenhaat in ons land. Ja oké, onze regering komt met halfzachte maatregels zoals bewaking van joodse instellingen. Dat deze instellingen en in het bijzonder de scholen al jarenlang zelf enorme uitgaves doen om de beveiliging te waarborgen, tja dat doen ze toch zelf? In het debat na de aanslagen in Parijs durfde het Kamerlid Tunuhan Kuzu zelfs meteen de slachtofferrol in de duiken door een klassiek ‘but-brigade’-standpunt in te nemen: “Ja, maar de bewaking van islamitische instellingen dan?” en “Ja, maar wat doet de regering tegen ‘islamofobie’?” Lachwekkend. Meneer Kuzu, schaamt u zichzelf niet?

Het zijn dingen die mij waarlijk beangstigen. Niet omdat ik joods ben, want dat ben ik niet. Nee, ik voorzie een tendens in onze samenleving waarin joden niet langer openlijk joods kunnen en mogen zijn. Een tendens die inmiddels al lang en breed in gang is gezet. Zoals ik mijn stuk begon: het is vijf voor twaalf, het is nog niet te laat, maar we moeten opschieten. Wat doet u?

Gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard.