De ironie van de achterlijke jihad

Het Iraakse Tikrit staat vandaag de dag voornamelijk bekend als voormalig machtsbolwerk van het Saddam Hoessein-regime en de hevige gevechten die het Iraakse leger aldaar voerde met de terreurbeweging ISIS, maar ongeveer duizend jaar geleden stond in Tikrit de wieg van één van de grootste islamitische militaire leiders ooit: Saladin, het voorbeeld van de hedendaagse jihad. Maar klopt dat beeld wel?

Saladin was een devoot moslim, leefde volgens strikte religieuze regels, gaf grote delen van zijn fortuin weg en zou bekend komen te staan als de schrik van de christelijke Kruisvaarders, die hij een vernietigende nederlaag toebracht bij de Hoornen van Hattin. Na de Slag bij Hattin kon Saladin zonder slag of stoot als islamitisch krijgsheer Jeruzalem veroveren. Hij was in staat om een Egyptisch-Syrische dynastie te vormen, welke een rijk zou beheersen dat zich uitstrekte over grote delen van het Midden-Oosten. Zijn heerschappij illustreerde de gloriedagen van de islamitische cultuur, florerend in zowel krijgskunde, geneeskunde als in de wetenschap. Saladin wordt vandaag de dag geëerd door fundamentalistische moslims, die in hem een boegbeeld voor de jihad tegen het Westen zien. Maar ondanks zijn inderdaad succesvolle jihad tegen christenen zijn er enkele culturele verschillen die de vergelijking met hedendaagse jihadisten minder makkelijk laat maken.

Deze verschillen zitten vooral in de weerzinwekkende ironie van de geestdrift waarmee fundamentalistische moslims cultureel erfgoed verwoesten, vanwege het zogenaamde ‘niet-islamitische’ karakter. De middeleeuwse heerschappij en bloei van de islamitische wereld had zich echter nooit zo voortvarend kunnen ontwikkelen zonder de kennis en wetenschap, waarmee zij in alle opzichten de christelijke cultuur voorbijstreefde. Terwijl Europa strikt de nauwgezette Bijbelse leer van de Kerk volgde, bestudeerden islamitische wetenschappers de vele bewaard gebleven geschriften en overblijfselen van de Grieks-Romeinse cultuur en onderwezen deze aan hun leerlingen en krijgsheren in opleiding. De kennis van islamitische wetenschappers kwam, simpel gezegd, voort uit historisch onderzoek van oude Westerse culturen en het verder bouwen op de basis gelegd door Griekse en Romeinse filosofen.

De beelden van de tempels, geschriften en andere historische objecten verwoestende fundamentalisten kunnen zo mogelijk dus niet een nog grotere breuk met het verleden zijn. Bewerend dat men een islamitisch kalifaat wilt vestigen, gezuiverd van alle ‘heidense’ invloeden, vloekt met de historie van een wetenschappelijk hoogwaardigere islamitische cultuur en brengt fundamentalisten terug naar de weinig verlichte tijd van Mohammed. De voorsprong die de Egyptisch-Syrische dynastie van Saladin had op Europa is inmiddels omgezet in een achterstand, grotendeels te danken aan de fundamentalistische en achterlijke houding van niet alleen de terreurbewegingen zelf, maar ook vele andere moslims, die in de Westerse cultuur een bedreiging zien.

Het vernietigen van cultureel erfgoed, ten bate van de eigen islam, dient geen enkel ander doel dan het in stand houden van een vorm van ‘islamitische achterlijkheid’. Culturen kunnen enkel en alleen bloeien wanneer zij leren van de fouten van het verleden en verder bouwen op kennis die doorgegeven moet worden. De islam is net als het christendom afhankelijk van de dogmatische interpretatie van de tijdsgeest en de waarde die men daaraan hecht. Het niet willen omarmen van andere niet-islamitische culturen heeft niets te maken met het in stand houden van religieuze normen en waarden, maar is voor moslims een pyrrhusoverwinning waarmee ze zichzelf niet verder kunnen ontwikkelen en ze zullen blijven zwemmen in koppensnellende achterlijkheid..