De Nederlandse versplintering maakt regeren onmogelijk

De uitslagen van de Provinciale Statenverkiezingen doen blijken wat velen al verwacht hadden: de coalitie en haar geliefde foppositie verliezen de meerderheid en dus is het politieke landschap compleet overhoop gegooid. De regering zal aan de bedelstaf moeten om de rit tot 2017 uit te zitten en regeren wordt een armoedig spelletje.

Het is opmerkelijk om te zien dat de PvdA de klappen heeft moeten opvangen van het afbraakbeleid van het kabinet-Rutte II. De VVD verliest, maar zal toch enigszins tevreden terugkijken op de uitslag, het had immers veel erger kunnen zijn. De PvdA daarentegen likt de wonden en constateert dat de linkse kiezer het ‘eerlijke verhaal’ van Diederik Samsom niet meer pruimt en is gaan stemmen op de Socialistische Partij. De gedoogoppositie daarentegen plukt de vruchten van het geschutter van het kabinet en wint opvallend genoeg, waaruit blijkt dat het Nederlands electoraat stoere verkiezingsretoriek voor de bühne als zoete koek slikt.

De importantie van de Eerste Kamer is in de afgelopen jaren flink toegenomen. Van een politiek bejaardentehuis met uitgerangeerde politici, lobbyisten met een dubbele agenda en voormalig bewindslieden die ergens tussen de 60 en schijndood bivakkeren is de Senaat verworden tot een politiek schouwspel, cruciaal voor de uitvoering van regeringsplannen. Hoe broos de levensvatbaarheid van het kabinet is bleek al eens toen PvdA-senatoren rebelleerden tegen zorgplannen van VVD-minister Edith Schippers. Kortom, de Senaat is een belangrijke levensader voor het kabinet en een meerderheid was dan ook van belang geweest voor de stabiliteit van de regering. Een meerderheid die er zoals gezegd niet gekomen is, waardoor er maar iets hoeft te gebeuren om in een kabinetscrisis te geraken.

De vraag is dan ook in hoeverre we nog kunnen spreken van een regering met idealen, plannen en een visie. De coalitie werd gevormd door middel van het uitruilen van plannen en was al geen bijster effectief vormsel. De combinatie van de VVD en PvdA zorgt stelselmatig voor spanningen en een eenheid ontbreekt, zelfs de bewindslieden spreken elkaar in de media openlijk tegen. De beide regeringspartijen passeren elkaar regelmatig met voorstellen, door simpelweg steun te zoeken bij de linkse of rechtse oppositie.

Het lijkt er dus op dat we niet meer kunnen spreken van ‘een coalitie’, maar dat er een regering zit dat per wetsvoorstel moet gaan zoeken naar steun, linksom of rechtsom. Een soort regering van nationale eenheid dus. Of dat is althans wat Rutte ons poogt te doen geloven. En dat zal een trend zijn die we de komende jaren stelselmatig zullen gaan zien. De verdeling van zetels in de Eerste Kamer duidt erop dat er geen enkele partij is die echt een groot deel van de kiezers aanspreekt. Meerdere partijen komen rond de 10 zetels uit, waardoor ook een volgend kabinet te maken zal gaan krijgen met het uitruilen van ideeën en bedelen voor een meerderheid. Ons politieke landschap is nog erger versnipperd dan de Israëlische Knesset en we zullen ermee moeten leren leven, want van fatsoenlijk regeren zal de komende jaren helaas geen sprake meer zijn..