Nederland: mijn land, mijn trots en mijn vrijheid.

Als jonge student in de dynamische 21e eeuw verwonder ik mij allang niet meer over de steeds verdergaande globalisering en het verdwijnen van afstanden. Dankzij mijn vaders beroep woonde ik een significant deel van mijn jeugd op Aruba, werd Engels een natuurlijk aanvoelende taal en had ik een goed zicht op een niet-westerse samenleving. En toch ben ik trots dat ik mijzelf Nederlander mag noemen.

Ik ben trots op het feit dat ik mag afstammen van een volk dat altijd trots en onafhankelijk is geweest, niet bang was ontheemden of vervolgden op te vangen en dat de wereldzeeën bevoer en vol trots haar vlag plantte op alle werelddelen. Ik ben trots op mijn identiteit, op het land dat wij ver- en heroverd hebben op de zee, op de Spanjaarden, op de Fransen en op de Duitsers. Ik ben trots op het feit dat wij anno 2015 niet bang hoeven te zijn om onze mening te geven, althans, zo zou het moeten zijn.

Want ik vind het een steeds angstaanjagender idee dat ik niet langer kan en mag zeggen wat ik denk, dat de spanningen in de samenleving dusdanig toenemen dat het voor je idealen opkomen straks enkel nog iets is uit een ver, nostalgisch verleden. Ik ben bang dat de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh de eerste tekenen zijn van een samenleving waarin we niet meer samen, maar tegen elkaar leven. Dat alles waar onze voorouders voor stierven niet langer bestaat, dat wij als land in angst en wantrouwen leven. Bang om van een ander te zeggen wat je vindt, wat je wilt en wat je verwacht.

Want kan ik dat nog? Kan ik nog tegen Youssef zeggen dat ik zijn godsdienst bekritiseer? Kan ik nog tegen Richard zeggen dat ik vind dat zijn partij het land volledig verprutst? Kan ik nog tegen die ene zwartrijder in de trein zeggen dat ik hem asociaal vind, kan ik diegene nog wijzen op zijn fouten? Kan ik dat nog? Steeds vaker merk ik dat ik twijfel aan het antwoord op dit soort vragen, steeds vaker merk ik dat mijn vrijheid van meningsuiting gebonden wordt aan twijfel. Twijfel, die maakt dat het vrije woord niet langer onvoorwaardelijk is, maar op een weerwoord kan stuiten.

Ik wil de islam bekritiseren, zonder daarmee moslims te kwetsen. Ik wil Wilders vertellen dat dit niet de manier is om het debat aan te gaan, zonder daarmee afstand te nemen van sommige standpunten. Ik wil dat wij weer terugkeren naar een samenleving waarin niet langer iedereen verdeeld is in kampen, maar waarin wij als één Nederland samen de problemen trotseren die ons als maatschappij bedreigen. Een Nederland waarin een probleem niet rechts of links opgelost wordt, maar samen, als Nederland. Want als we dat niet meer kunnen doen, verliezen wij onze identiteit, verliezen wij elkaar en zijn we niets anders meer dan van elkaar vervreemde individuen in een steeds sneller draaiende wereld..