Politiek als passie, ideaal en droom

Ik krijg vaak de vraag van mensen om mij heen wat mij toch ‘in hemelsnaam’ zo fascineert aan de politiek. Waarom ik, een jonge student van begin twintig, mijzelf geroepen voel om politiek deel te nemen aan de maatschappij en een bijdrage te leveren aan ‘het debat’. Of ik mij er niet bewust van ben dat politici in wezen vooral hun eigen portemonnee dienen en niets meer en niets minder dan ordinaire volksverlakkers zijn. Dat ik naïef ben om te denken dat ik in mijn eentje Nederland kan veranderen. Of misschien nog wel de mooiste: heb je niets beters te doen dan die saaie politiek?

Welnu, dat is een kleine greep uit de opmerkingen die ik regelmatig naar mijn hoofd geslingerd krijg. En met mij denk ik dat meerdere politieke junkies van mijn leeftijd dit zo ervaren. Waarom zijn wij toch zo gek dat wij werkelijk opstaan en weer gaan slapen met politiek? De gemiddelde jongere en jongvolwassene houdt zich bezig met de laatste nieuwtjes uit de entertainmentwereld, de voetballerij en/of de laatste CD van die ene artiest. Maar ik? Als ik opsta is het eerste wat ik doe het openen van mijn NU.nl app, gevolgd door het checken van Twitter. Is er nog wat gebeurd? Wat zeggen de journalisten? Is die ene motie al behandeld? Krijgen mijn favoriete politici gelijk? Het ’s nachts de wekker zetten voor de State of the Union van Obama, om daarna om 7 uur op te staan met een verdwaasde kop. Geïrriteerd proberen uit te leggen aan mijn omgeving dat dát ene debat toevallig wel de koers van het land kan gaan bepalen, om vervolgens tot diep in de nacht ook de volgende termijnen te volgen.

Mijn boekenkast bevat dan ook uiteenlopende werken. Van helden tot wat minder bekende auteurs. Van Pim Fortuyns meesterwerken tot een filosofisch boek van één of andere allang tot stof vergane auteur. Van Erasmus’ Lof der Zotheid tot Machiavelli’s Il Principe. Dromen over een ontmoeting met Fortuyn, een dag in het leven van Churchill of een etentje met Reagan en Thatcher. Het mogen toespreken van de Tweede Kamer over een onderwerp wat mij interesseert, een analyse geven op de televisie of de radio over een net afgelopen debat. Dat zijn dingen die ik ambieer, die mij waarlijk gelukkig zouden maken. Het contact met de bevolking tijdens een campagnetour, het in dialoog treden met een politieke opponent. Alles om tot datgene te komen wat wij allen diep in ons hart wensen: een mooiere wereld.

Het zijn allemaal dingen die voor mij de kern vormen van mijn liefde voor de politiek. Het is waarom ik het zeker weet: ik wil van mijn passie mijn carrière gaan maken. Het dromen over het kunnen realiseren van een betere wereld. Stap voor stap, beetje bij beetje. De voldoening van het kunnen bijdragen aan een goed debat dat mogelijkerwijs leidt tot een eerste stap in de goede richting. Een maatschappelijk probleem samen bespreken en kunnen neutraliseren.

Het doet mij dan ook pijn om te moeten constateren dat de laatste tijd de politiek afglijdt naar een ordinair kroeggevecht waarin de hardste schreeuwer wint. De waarde van het debat devalueert. Politici maken elkaar verwijten, komen met foute cijfers en doen er werkelijk alles aan om in het oog van de camera te kunnen blijven. Als ze op televisie zijn proberen ze met populistische oneliners de gunst van een goedgelovig publiek te winnen, dat in al haar onschuldige naïviteit er vanuit gaat dat volksvertegenwoordigers het publiek belang dienen.

Daarom vraag ik aan politici: wat is er in godsnaam misgegaan met jullie? Wat is er overgebleven van jullie idealen, jullie ambities en jullie dromen? Is dit dan wat er overgebleven is na zoveel jaar vrijheid en democratie? Zijn jullie de vleesgeworden en harde realiteit van de politiek? Of moeten jullie jezelf eens in de spiegel kijken en afvragen waar jullie met z’n allen mee bezig zijn? Anders voorzie ik een toekomst waarin ook jongeren zoals ik de politiek laten voor wat het is en ‘wat beters gaan doen’.

Gepubliceerd op De Dagelijkse Standaard.